Rode biet: De directe familie

1. Strandbiet

Het zal toch niet waar zijn, zo zult u mogelijk denken, dat de rode bieten die u gewoonlijk op uw bord heeft ook al op vakantie gaan? Jawel. Die observatie is echter bijna waar. De strandbiet (Beta vulgaris maritima) is vrijwel dezelfde biet als de rode biet (Beta vulgaris vulgaris) en die onder verschillende cultuurvormen beschikbaar is. Het is dan een belangrijke leverancier van suiker (suikerbiet), van veevoer (voederbiet), van groente (rode biet en snijbiet). De wilde oervorm van dat veelzijdige landbouwgewas is de strandbiet. Die hebben ze dus getemd, maar soms verwilderen ze weer en zijn ze niet van hun oorspronkelijke vorm te onderscheiden.

Oorspronkelijk komt de strandbiet voor in het warme Mediterrane gebied en wat later langs de West-Europese kusten. Hier was de strandbiet lang een zeldzame dwaalgast, maar de laatste tijd zijn er steeds meer waarnemingen. Dat is misschien het gevolg van de opwarming van de aarde. De strandbiet bereikt maximaal een hoogte van zo'n meter. Hij heeft kale rechtopstaande stengels die soms rood aanlopen. Het kost de plant moeite om die stengels hemelwaarts te houden en dus vallen ze vaak om. In de bladoksels ontstaan vervolgens nieuwe bladeren. Die bladeren zijn tot 10 centimeter groot. De plant bloeit met een aar van groene of roodachtige bloemen.
[Foto: www.florailvestre.es]
De strandbiet gewoonlijk te vinden aan inhammen in de kust, zowel de natuurlijke (schorren, strandvlakten, kiezelstrandjes, aan de voet van duintjes) als de meer kunstmatige (zeedijken, havenkommen en zeeweringen. In het Midden-Oosten werd de strandbiet al heel vroeg als medicijn en voedsel gebruikt. De latere Romeinen begonnen de biet al als veevoer te verbouwen en zij zorgden voor de verdere verspreiding over het Europese continent. Sommige Romeinen beschouwden de biet zelfs als een lustverhoger, een afrodisiacum. Anderen dachten weer dat je het wel tweemaal moest koken om maagpijn en winden te voorkomen. Dat lijkt wat tegenstrijdig, maar volgens Obelix waren Romeinen maar rare jongens. Een ware observatie.

2. Snijbiet

Het vroegst bekende gebruik van de biet als cultuurgewas was om zijn loof. Snijbiet speelde in het Middellandse Zeegebied ooit een grote rol als voedingsgewas en als medicinaal gewas. Tegenwoordig zijn er vele variëteiten beschikbaar en het wordt tijd de de snijbiet zijn plaats weer in gaat nemen als heerlijke groente. De smaak is vergelijkbaar met die van spinazie en het is dus ook niet verwonderlijk dat de snijbiet in Engelstalige landen ook bekend staat als de spinach beet.
[Foto: JH Mora]
Omdat de snijbiet gekweekt werd voor zijn bladeren heeft men maar weinig aandacht besteed aan zijn wortels en die vertonen dus nog steeds veel overeenkomsten met die van de strandbiet. Het loof vertoont een grote verscheidenheid aan vormen, structuur en kleuren (groen, rood, geel en zelfs roze) en daarom misstaat deze als tuinplant ook zeker niet. Een oude en bijna vergeten naam voor snijbiet was 'warmoes' en dan weet u direct wat er heel vroeger in de bekende Warmoesstraat van Amsterdam gebeurde.

Als de snijbiet vroeg geoogst wordt kan het loof als salade gegeten worden, maar wanneer ze wat ‘volwassener’ worden dan moeten ze eerst gekookt worden omdat de structuur dan te stevig is geworden.

Een bekende variëteit van de snijbiet is de zogenaamde zilversteel. Daarvan wordt gedacht dat ze afstammen van de Adriatische strandbiet. Ten opzichte van de reguliere snijbiet wordt de zilversteel niet om zijn loof geteeld, maar om zijn bladnerf.

3. Suikerbiet

Het wonderlijke is eigenlijk dat de gewone suiker nog niet eens zo heel erg lang onderdeel uitmaakt van ons voedingspatroon. Voordat het gebruik van suiker hier gemeengoed werd, gebruikte men vruchten, vruchtensappen en honing om eten en drinken te zoeten. Hoewel suiker uit suikerriet in onze westerse wereld al vanaf circa 400 voor Christus bekend was, was het door de lange reis vanuit India zo verschrikkelijk duur geworden dat alleen de echte rijken van die periode het zich konden veroorloven.

Pas tijdens het begin van de industriële revolutie in 1747 ontdekte de Duitse scheikundige Andreas Marggraf (1709-1782) dat er in een bepaald soort bieten, de snijbiet (Beta vulgaris vulgaris), ook suiker voorkwam. Hij was ook degene die tot het wetenschappelijk inzicht kwam dat rietsuiker en bietsuiker chemisch volkomen gelijke stoffen zijn . Marggraf slaagde er in om suiker met behulp van alcohol uit bieten te onttrekken. Deze methode bleek echter voorlopig veel te kostbaar om op grote schaal in te voeren. Dat lag voornamelijk aan het lage gehalte aan suiker van de biet en het was dus zaak om dat percentage te verhogen door bieten zodanig met elkaar te kruisen dat er een voldoende hoog suikergehalte kon worden bereikt. Het lukte uiteindelijk Franz Carl Achard (1753-1821) door voortdurende veredeling om een commercieel haalbaar suikergehalte van zo’n 2.5% in de suikerbiet te krijgen en in 1804 werd nabij Berlijn de allereerste suikerfabriek, speciaal voor suiker uit suikerbieten, gebouwd.
Het gemiddelde suikergehalte van de suikerbiet bedraagt tegenwoordig 15-20% van het oogstgewicht. Het watergehalte van de biet is circa 75%. Suiker is dus verreweg het grootste bestanddeel van de droge stof. En die suiker levert ongeveer 4 kcal/gram aan energie.

Veel meer over de geschiedenis van suiker, de suikerbiet en de natuurlijke zoetstof stevia is te lezen in mijn boek 'Alles over Stevia'. Meer informatie is hier te vinden.

4. Voederbiet

De voederbiet is de volgende versie van de strandbiet. In het verleden is de voederbiet een commercieel succes geweest. Terwijl de suikerbiet wordt verbouwd om zijn hoge suikergehalte, wordt de voederbiet verbouwd om zijn hoge droge stof gehalte. Dat feit betekent eigenlijk dat er een biet is ontstaan die minder suiker bevat.
[Foto:www.angliafarmer.co.uk]
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de voederbiet veel aan belangrijkheid ingeboet als gevolg van de omstandigheid dat dit gewas nogal arbeidsintensief is en omdat men uit gemakszucht of kostenoverwegingen liever maïs of sojabonen aan het vee wilde voeren. Natuurlijk heeft maïs een hogere opbrengst, heeft een grotere voedingswaarde en kan langer opgeslagen worden, maar maïs moet gezien worden als een exotische plant, die hier eigenlijk niet thuishoort en de grond behoorlijk kan uitputten.

Toch is er voor de voederbiet kans op een tweede leven want onderzoek heeft uitgewezen dat deze bietenvariant het meest geschikt is voor de productie van bioethanol.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen